VERVOLGVERHAAL: ‘De knetterkwabmachine’

Uiterst voorzichtig duwde Hanne de deurkruk naar beneden en trok de zware deur een heel klein beetje open. Een smalle stenen trap wentelde omlaag.

‘De kelder’, fluisterde Hanne.
‘Zouden we … euh … toch niet beter naar huis gaan, Hanne?’ stelde Timmy voor.
‘Misschien heeft oom wel verzorging nodig.’

Het scherpe gepiep slingerde zich langs de deurspleet in hun oren en liet een drietal seconden hun hersenen knetteren.

‘Toch wil ik hier eerst het fijne van weten,’ fluisterde Hanne.
Ze opende de deur nu helemaal.
‘Kom je mee, Timmy?’

De jongen aarzelde.

‘Laten we oom hier dan alleen achter?’
‘Hij loopt geen gevaar. En mama en papa zijn hier ook ergens. Kom …’

Timmy’s benen leken wel van piepschuim toen hij achter Hanne de trap afdaalde. Hij liet voor alle zekerheid de deur op een kier. Je kon nooit weten…

Er leek geen einde te komen aan de trap.

(Hier stopt Marc De Bel. De taalknappe leerlingen van de talentenklas nemen het over. Elke schrijver mag maar vijf minuten blijven schrijven. Daarna moet iemand anders het overnemen. Samen schreven ze dit heerlijke griezelverhaal … )

’Waar ben ik nu beland? Mamaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa! Waar is mama? Ik wil mama’.
’Wat is er schattie?’
’Ik heb iets engs gezien’.
’Waar?’
’Beneden in de kelder’
‘Een spook!’
‘Maar dat kan toch niet?’ zei mama ongelovig.

Ze fronste haar voorhoofd en er verschenen drie diepe rimpels.

‘Jawel echt,’ zei Timmy. Hij trok mama aan haar arm.
‘Oké, laat zien.’
‘Kijk dan zelf!’

Mama liep naar de kelder en ja, ze zag daar een groot wit  laken.

‘Het lijkt wel een spook … nee … het is de kat die onder het laken liep! Was me dat schrikken, zeg!’

Mama keek nog even verder….. daar zag ze een laken door de lucht vliegen.
Ze begon te gillen….

AAAAaaaaAAAAAaaaaaAAAAAaaaa!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Ze riep papa, maar hij kwam niet !

‘Hoe kan dat toch? Hij was net nog in de keuken! Misschien is hij wel ontvoerd !!! Oh nee, we moeten hem gaan zoeken.’

Ze gingen naar de keuken maar zagen hem niet.
Opeens hoorden ze iets.
Ze schrokken zo hard dat ze bijna in hun broek plasten.

‘Wat was dat?’ zeiden ze.

Ze begonnen te trillen, het was zo donker en het was zo stil.
De deur ging open en ze verstopten zich onder een oud bed.
Ze zagen voeten van een of andere beest.
Het ademde heel zwaar en opeens was het papa. Maar die was ook heel bang en toen zijn ze allemaal onder het bed gaan zitten. Een hele nacht lang tot de volgende dag

Daar zagen ze het beest weer!

Het laken maakte een grote witte bobbel. Er zat duidelijk een verschrikkelijk beest in. Het wilde monster probeerde uit alle macht te ontsnappen en schreeuwde oorverdovend scherp. Papa gooide zich met zijn hele gewicht op de dansende sneeuwbal.

Nog meer gekrijs. Het was nu bijna niet meer uit te houden.

Mama knipte alle lichten aan waardoor er nu een pluizige worst kwam piepen vanonder het laken.

“Van wie is die worst?” schreeuwde Hanne.
“Geen idee,” zei Timmy. “Hij heeft wel zowat dezelfde kleur als Teigetje, de kater van onze gestoorde buurvrouw. “Laat ons eens voorzichtig kijken”, zei papa en hij haalde langzaam een stukje laken weg.

De groene kijkers van Teigetje keken wild in onze richting.

Iedereen lachtte. Oef zeg, dat was weer een spannend avontuur.
Toen ze weer naar boven liepen, vroeg Timmy: ‘Hey mama, wat eten we eigenlijk?’

Mama keek niet eens op toen ze antwoordde. Ze liep gewoon door.
‘Kat,’ mompelde ze.

 

Dit verhaal werd geschreven door de Taalknappe kinderen uit de talentklas. En door Marc De Bel. Een klein stukje dan. Onze schrijvers mochten elk schrijven tot de zandloper stopte. Daarna ging er iemand anders verder.